Het allermooiste beroep!

Werken in het onderwijs is het mooiste wat er is. Je kan als docent echt het verschil maken voor iemand. Aangezien het deze week De dag van de leraar is, deel ik graag met jullie 4 van mijn mooiste verhalen uit het onderwijs.


Niet oordelen

Iets wat ik heel belangrijk vind als docent is niet oordelen als een student je iets vertelt, zodat je altijd een open gesprek met ze aan kunt gaan. Een goed voorbeeld hiervan gaat over een van mijn oud studenten die altijd super dure kleding aan had.

Jordi bleef na de laatste les voor de zomervakantie even in de klas zitten waardoor ik de tijd kreeg om de volgende berekening te maken: ‘Als ik het zo zie, kost jouw broek ongeveer 350 euro, je schoenen 500 euro, je trui 200 euro en je jas 700 euro. Is je horloge echt?’ ‘Ja natuurlijk’, zei Jordi. ‘Oke, dan heb je dus een outfit aan die bij elkaar ongeveer 3000 euro kost?’ ‘Ja, misschien iets meer’, zei hij trots. Toen ik een beetje bedenkelijk keek, begon hij te lachen. Ik wist waar hij ongeveer woonde en wat zijn ouders voor werk deden en hij had al eens verteld dat hij ‘niet echt’ een bijbaantje had. Ik had dus een vermoeden waar het geld vandaan kwam en vroeg aan hem ‘ik vermoed dat jij dit niet bij elkaar hebt gespaard van je vorige bijbaan?’ ‘Haha, nee mevrouw, je weet toch.’ Ik wilde proberen om zijn verhaal zonder oordelen boven water te krijgen, dus vroeg: ‘moet jij dan in het weekend weleens met je scooter langs een aantal huizen?’ ‘Uhm, ja’, antwoordde hij voorzichtig. ‘Dan heb je het best druk, of niet? Heb je daarom vaak geen tijd voor huiswerk?’ Hij vertelde dat hij het met name in het festival seizoen heel druk had, ook ’s avonds na zijn werk. ‘Vind je dat niet spannend? Of ben je nooit bang dat je gepakt wordt?, vroeg ik. ‘Nou, dit is maar tijdelijk, over een paar jaar heb ik mijn eigen bedrijf in de techniek en stop ik hier sowieso mee. Een van mijn vrienden is al eens opgepakt en dat wil ik echt niet.’ Ik knikte instemmend en vroeg me af wat de beste reactie zou zijn. Ik wist van zijn droom en ik wilde niet dat hij die op zou geven. ‘Wist je dat je voor het starten van een eigen bedrijf soms ook gecontroleerd wordt op een crimineel verleden? En wist je dat sommige bedrijven je niet aannemen als je ooit door de politie op bent gepakt?’ Hier schrok Jordi zichtbaar van. Dit wilde hij niet, want een eigen bedrijf, was écht zijn droom. Het verdiende alleen zo lekker. Ik gaf hem de tip om hier in de zomer eens goed over na te denken. Flink verdienen is natuurlijk top, maar er zitten ook risico’s aan. ‘Wat is dus het belangrijkste voor je?, vroeg ik. Redelijk verward verliet hij het lokaal, nadat we afspraken dat we elkaar na de zomer weer zouden spreken.

Na de zomer kwam Jordi vrolijk mijn klas binnen en bleef na de les weer even zitten. ‘Mevrouw, ik heb er nog eens goed over nagedacht. Ik ga het gewoon niet meer doen. Mijn maat is laatst opgepakt en dat wil ik echt niet. Ik ga gewoon fixen dat ik op een goede manier mijn eigen bedrijf kan starten.’


Zat hij écht in dat vliegtuig?

Ik weet het nog als de dag van gisteren. Ik stond in de supermarkt mijn boodschappen in te laden, toen een collega belde: ‘ze zaten tóch in het vliegtuig’. Tranen liepen over mijn wangen en terwijl de kassière me lief aan keek, pakte ik zo snel mogelijk mijn boodschappen in en ging ik naar school. Het vliegtuig waar een van mijn leerlingen in zat, was neergestort. Het was mijn taak om al zijn 28 klasgenoten te bellen en ze het nieuws te vertellen. Met bibberende handen begon ik: ‘Hallo, met Kirsten, je hebt het misschien wel gezien op tv, het vliegtuig wat is neergestort. Daar zat Bas in….’ 28 kinderen en ouders hoorde ik om de beurt in huilen uitbarsten aan de telefoon en mijn hart brak.

De dag erna zag ik ze allemaal op school. Ze hadden alle camera’s van de pers die voor de school stond, kunnen ontwijken en zaten allemaal doodstil en bleek op hun stoel. ‘Hoe kan dit nou gebeuren?’, vroeg Eva? ‘Weten ze al wat er precies is gebeurd?’, vroeg Sebas. ‘Wanneer worden ze begraven?’, vroeg Mehmet. ‘Ik weet het niet jongens, we weten nog helemaal niks. We weten alleen dat zij in dat vliegtuig zaten.’ Er volgen een aantal weken van onzekerheid. Kinderen die normaal heel rustig waren, werden onrustig, kinderen die normaal heel druk waren, waren ineens heel stil. Iedereen verwerkte dit op zijn of haar eigen manier. Een vreselijke periode die enorm veel impact op deze klas heeft gemaakt. De afscheidsdienst was een paar weken later, in een grote sporthal. Daar zaten ze, een klas die in een paar weken tijd zó hecht was geworden, dat ze alles voor elkaar deden, elkaar hielpen, steunden, samen huilden en samen herinneringen ophaalden en waarbij zelfs 3 kinderen een stukje voor durfden te dragen. Heel indrukwekkend en ik krijg nog steeds kippenvel als ik er aan denk. Tijdens de laatste schooldag van dat jaar kreeg ik een cadeautje van de klas. Een grote knuffelbeer, precies zo een als de beer van Bas. Ze hadden allemaal geld bij elkaar gelegd om deze voor mij te kopen. Deze knuffelbeer staat sindsdien bij mij op de kast, en nog steeds, nu jaren later, als ik een van de leerlingen uit deze klas tegen kom, krijg ik een knuffel, halen we herinneringen op en drinken we een drankje samen.


Nederlands leren

Emir is een jongen die gevlucht is uit Syrië en die na de Taalschool naar niveau 2 ging bij ons op school. Emir was een hele lieve, rustige en serieuze jongen die enorm zijn best deed. Helaas bleef Nederlands een heel moeilijk vak voor hem, waardoor hij zich in leerjaar 2 erg veel zorgen ging maken voor zijn examens. Zijn toetsen bleven onder het niveau en hij kon niet mee doen met de lessen. Na een les Nederlands, bleef hij even zitten en vroeg hij me: ‘Nederlands is moeilijk, kunt u helpen? Anders misschien examen niet halen.’ Hij gaf aan dat hij in het eerste leerjaar al extra opdrachten mee had gekregen van zijn docent, maar dit had voor zijn gevoel niet echt geholpen. Daarom besloot ik om het anders aan te pakken. Ik vroeg aan hem wat hij leuk vond om te doen in zijn vrije tijd. ‘Netflix kijken en met vrienden praten’, zei hij. ‘Kijk je ook Nederlandse series’, vroeg ik? Zonder te twijfelen, zei hij meteen ‘nee, is moeilijk mevrouw’. Meteen pakte ik mijn laptop erbij en ging ik op zoek naar Nederlandse films en series die hij leuk zou vinden. Samen maakten we een lijstje aan, zodat hij die thuis op kon zoeken. We spraken af dat ik die serieus ook zou gaan kijken en dat hij elke week na de les een half uur bij mij in de klas zou blijven zitten om samen gesprekken over de series te voeren in het Nederlands. ‘Ik misschien 10 moeilijk woorden opschrijven elke week? En dan u mij die uitleggen?’ Ook dit spraken we af. Tijdens onze gesprekken over de series, vertelde hij me ook hoe hij was gevlucht uit Syrie, hoe bang hij was geweest en wat en wie hij allemaal achter had moeten laten. Hij was hier met zijn oom heen gekomen op een klein bootje en was doodsbang, omdat hij niet kon zwemmen. Hij had alleen een kleine tas mee mogen nemen met 1 setje kleding, een foto en zijn camera. Daarnaast wist hij niet waar zijn ouders en zusje waren. Hij vertelde me hoe dankbaar hij was dat hij in Nederland was, dat hij heel goed en lief was ontvangen en hoe gelukkig hij hier nu was. ’Mevrouw, mensen in Nederland zijn lief, allemaal mij helpen, het is veilig, ik ben blij.’ Hij gaf aan dat hij dolgraag een mooie toekomst op wil bouwen hier en daar hard voor wil werken. Deze gesprekken hebben we een half jaar gevoerd samen. Een half jaar waarin ik heb goed heb leren kennen, onwijs veel respect heb gekregen voor zijn situatie en veel bewondering heb gekregen voor zijn inzet en dankbaarheid. Wat een bijzonder jongen. Tijdens de lessen merkte ik dat hij de leerstof steeds beter beheerste en het tempo steeds beter bij kon houden. Hij heeft uiteindelijk een 8.0 gehaald, hoger dan het gemiddelde van de klas, zit nu op niveau 4 en gaat volgend jaar naar het hbo. Aan het einde van het jaar, kreeg ik een kaartje met hem waarop stond ‘bedankt mevrouw, ik ben blij met uw hulp.’ Super trots maakt dit mij als docent.


Doen waar je gelukkig van word

In 2020 kwam Naud in mijn mentorklas. Een super vriendelijke, positieve en gemotiveerde jongen die altijd aanwezig was, hard werkte en het goed kon vinden met al zijn klasgenoten. Tijdens een klassengesprek vertelde hij in de klas dat zijn ouders gescheiden waren en hij nu bij zijn moeder woonde. Omdat zijn vader in de techniek zat, had hij ook die studie richting gekozen en daar was zijn vader heel blij mee. Na een paar maanden was Naud ineens een hele week afwezig zonder zich af te melden. Toen ik hem belde, verontschuldigde hij zich en zei: ‘Sorry mevrouw, mijn moeder is heel ziek, ik moet veel voor haar doen, want we wonen maar met z’n tweeën.’ Binnen een paar weken ging het slechter met haar, belandde ze in een hospice en uiteindelijk overleed ze. Al deze tijd was Naud thuis en zorgde hij voor zijn moeder. Hierdoor was hij de laatste maanden niet op school. Aangezien hij zoveel had gemist, moest ik wel een gesprek met hem aangaan over het jaar overdoen. Aangezien ik ook mijn moeder ben verloren en opgegroeid ben met mijn vader, kon ik me voorstellen hoe hij zich moest voelen en zag ik enorm op tegen dit gesprek. Een paar weken na het overlijden van zijn moeder, vlak voor het eind van het schooljaar kwam hij op school. Toen we gingen zitten opende hij het gesprek zelf. ‘Jouw moeder is toch ook overleden? Dat vertelde je aan het begin van het schooljaar. Hoe was dat voor jou? En hoe ging het met je vader?’ Ik schrok even van deze onverwachte vragen, maar ik besloot open antwoord te geven. Ik vertelde hoe het voor mij was, dat ik er op bepaalde momenten niet goed mee om ben gegaan door verkeerd gedrag te vertonen en ik vertelde hoe het was voor mijn vader. Hij leek veel te herkennen in mijn verhaal, leek wat rustiger te worden begon aan zijn verhaal. ‘Ik mag nog even in het huis van mama wonen, woon straks deels bij mijn vader en deels bij mijn vriendin. Ik heb alleen geen thuis meer en ik weet niet wat ik moet doen’, begon hij. ‘En ik weet ook niet of ik deze studie moet blijven doen, want voordat mijn moeder overleed hadden we het erover dat ik heel goed in de zorg zou passen. Mijn moeder vond dat veel beter bij mij passen, dan de techniek.’ Even viel hij stil. ‘Ik weet het gewoon niet meer, ik weet gewoon niet wat ik moet doen.’ Wat een gesprek zou zijn over een jaar overdoen, werd een gesprek over waar je blij van wordt, hoe je de toekomst ziet en waar je gelukkig van wordt. Hij vertelde me ‘Ik was eigenlijk wel goed in zorgen voor mijn moeder, het voelde goed dat ik er voor haar kon zijn en alles zelf kon regelen.’ ‘Mama zei zelfs dat ik goed binnen de zorg zou passen en minder in de techniek.’ Verward keek hij me aan en vervolgde ‘Ik ben alleen bang dat opa en papa boos worden als ik dit zeg, want zij werken ook in de techniek.’ Ik gaf hem het advies om goed na te denken over waar hij het gelukkigst van zou worden en daarna het gesprek aan moest gaan met zijn vader en eventueel zijn opa. Ik zei hem: ‘Ik ben er van overtuigd dat als jij weet waar je gelukkig van wordt en dit deelt met hun, zij jou daar zeker in zullen steunen. Zij willen ook niks liever dan dat jij gelukkig bent.’ We spraken af dat hij er tijdens de zomervakantie over na zou denken en wij elkaar na de zomer weer zouden spreken. Na de vakantie kwam Naud langs en vertelde: ‘Ik heb gepraat met papa, hij moest er wel een beetje aan wennen, maar snapte me wel. Samen met hem heb ik me ingeschreven bij de afdeling Zorg & Welzijn. Én ik werk nu in de weekenden in een bejaardentehuis, zodat ik alvast ervaring op doe. Zo leuk!’ Ik pakte de laptop erbij en begon aan zijn uitschrijving bij onze studie. Trots keek hij me aan en zei ‘bedankt!’ Ik moest mijn best doen om mijn tranen in te houden. Ik had de hele zomer aan hem gedacht en hoopte zo dat hij de juiste beslissing zou maken. Ik ben super trots op hem dat hij dit heeft gedaan. Soms moet je iets van jezelf geven, ook al is dat moeilijk, om vertrouwen en respect te krijgen van een student. Als dat wederzijds vertrouwen en respect er is, bereik je meer.