Motiveren van een COVID-19 klas


‘Die redt het niet.’ ‘Hij gaat zijn studie nooit halen.’ ‘Wat een onrustige rot klas.’ ‘Als zij niet luisteren, ga ik ook niet meer mijn best voor ze doen.’ ‘Die achterstand is echt niet meer in te halen.’

Allemaal opmerkingen die ik tijdens vergaderingen voorbij hoor komen.

En we merken het allemaal. Studenten zijn onrustig, sneller afgeleid, lopen achter en zijn minder gemotiveerd. “Een enquête die de inspectie onder leerlingen heeft uitgezet, bevestigt dit genoemde beeld: Een meerderheid van de geënquêteerde leerlingen gaf aan minder zin in leren te hebben, minder zijn best te doen en minder gemotiveerd te zijn om huiswerk te maken.

Wat gebeurt er?

Docenten verwachten dat studenten uit zichzelf gemotiveerd zijn, maar docenten kunnen zelf die motivatie ook ondersteunen of juist ondermijnen, schrijven onderzoekers van de Universiteit Utrecht, Hogeschool Zeeland en Open Universiteit (https://www.scienceguide.nl/2022/02/houd-niet-alleen-de-student-verantwoordelijk-voor-diens-motivatie/ )

Als ze de docent niet mogen, of als de docent les blijft geven, zoals hij/zij dit al 30 jaar lang doet en zich dus niet aanpast aan deze ‘nieuwe’ doelgroep, wordt het probleem groter. Als een docent hier rekening mee houdt, voelen ze zich meer gesteund en zijn ze bereid om harder te werken. Docenten kunnen de motivatie dus zowel negatief als positief beïnvloeden.

Werken met straffen, doorgaan met de lesstof terwijl een hele klas een onvoldoende heeft, negatief reageren op een klas en inspelen op gevoelens van schaamte en schuld werken averechts. En tóch denken veel docenten dat dit de oplossing is. ‘Als we ze maar harder aanpakken en dreigen met zitten blijven, moeten ze het toch op een gegeven moment wel gaan doen, want ze willen niet blijven zitten’, hoorde ik laatst nog.

‘We gaan binnenkort wel met het hele team vergaderen en een plan maken’, was een andere optie. Of, ‘we nemen dit mee in de MT vergadering.’ Op die manier gaan ‘wij’ dus bepalen en bedenken wat ‘zij’ nodig hebben, zonder met ze in gesprek te gaan.


Wat zeggen ze zelf?

Tijdens mijn lessen loopbaanbegeleiding heb ik alle eerste, tweede en derde jaars klassen uitgelegd wat het verschil is tussen extrinsieke en intrinsieke motivatie. Ik heb ze verteld welke elementen je nodig hebt om intrinsiek gemotiveerd te blijven voor school: autonomie, competentie en relatie. Vervolgens heb ik ze gevraagd wat bij hen het grootste probleem is. En wat blijkt? Ze hebben tijdens de lockdown weinig gedaan voor school, kregen weinig mee van de online lessen, hebben veel lesstof gemist, zijn gewend aan afleiding (telefoon, games enz) en weten niet meer hoe ze zich moeten focussen op school. Hierdoor hebben ze achterstanden opgelopen wat zorgt voor frustratie en onzekerheid. Aangezien veel docenten hier te weinig rekening mee houden, wordt het voor hun gevoel ook niet beter. Dit vermindert de motivatie en de concentratie voor de lessen, waardoor ze nog meer achter lopen en zo is de vicieuze cirkel rond.


Wat werkt dan wel?

Wat zou jullie dan wel helpen, vroeg ik aan de klassen.

- Begrip van docenten

- Gezien worden door docenten

- Positieve insteek van docenten, vertrouwen uitstralen

- Veel geduld hebben om extra uit te leggen en hierbij af en toe een stap terug gaan

- Aanpassen van het lestempo en goed tussendoor checken of iedereen het heeft begrepen

- Differentiatie van de lesstof, zodat het aansluit bij het niveau van de individuele student

- Lesstof overzichtelijk maken, zodat ze zien wat ze wanneer en waarom moeten kennen

- Onvoldoendes op een andere manier laten herkansen (bv. een opdracht, verslag)

- Inkorten van de lessen, of van de uitleg, of even een pauze tussen een lange les


Oftewel, inspelen op de relatie, autonomie en competentie (Deci & Ryan). Dit is nu nóg belangrijker dan voorheen. Dus; zie je studenten, ga met ze in gesprek, bepaal hun basisniveau, sluit je les daar bij aan, blijf geduldig en positief, geef ze opties voor de verwerking van de opdrachten, kansen om gemiste lesstof/toetsen in te halen en maak dit overzichtelijk. We hebben te maken met een nieuwe doelgroep en alleen wij docenten kunnen daar iets aan doen.

Ze hebben ons nu harder nodig dan ooit!